U bevindt zich op de
Uw land
FacebookTwitterRss

Magritte en het Surrealisme

 

Surrealisme
Het surrealisme ontstond in de jaren 1920 in Frankrijk. Het surrealisme wilde de mens bevrijden van de dwang van de westerse beschaving. Kunstenaars gaven uiting aan deze beweging door een beroep te doen op de droom en het onderbewuste. Op deze manier ontsluierden ze, met de nodige humor, een andere werkelijkheid. Zoals Magritte: hij schilderde een pijp en gaf het werk de titel 'Ceci n’est pas une pipe!' (Dit is geen pijp!).

 

Zwans

De uitdrukking ‘Belgisch surrealisme’ slaat vandaag de dag niet enkel op deze artistieke stroming, maar refereert ook aan een bepaalde geest van oneerbiedigheid, absurditeit en spot. Deze karakteristieken doordringen ook het dagelijkse leven van de Brusselaars. Je vindt ze met name terug in de Brusselse ‘zwans’, een scherpe maar goedhartige humor, en in het uitzicht van Brussel, dat op alle gebieden vol contrasten zit: de architectuur, het sociale leven, de cultuur, de gastronomie.

 

Kunstenaar René Magritte

Magritte is de belangrijkste 20ste-eeuwse Belgische schilder en een van de tien bekendste schilders ter wereld. René Magritte werd op 21 november 1898 geboren in Lessines, in de Belgische provincie Henegouwen. Zijn vader was kleermaker en textielhandelaar. De familie vestigde zich in Châtelet. René was veertien jaar toen zijn moeder in de Samber sprong. Ze werd enkele dagen later dood teruggevonden. Haar gezicht was bedekt met haar nachtjapon. De verschrikkelijke kracht van dit beeld zou later opnieuw in het werk van Magritte opduiken.

 

Brussel
In 1917 verhuisde de familie Magritte naar Brussel. René studeerde er schilderkunst aan de Academie voor Schone Kunsten. Hij huwde met Georgette, die hij had ontmoet in Charleroi. Zij zou zijn gezellin, zijn model en zijn muse worden. Om brood op de plank te brengen ging Magritte aan de slag als ontwerper in een behangpapierfabriek.

 

Metgezellen

In de jaren twintig ontmoette hij zijn metgezellen van het surrealisme: Marcel Lecomte, E.L.T. Mesens, Camille Goemans, André Souris, Paul Nougé en Louis Scutenaire. Deze groep schrijvers en muzikanten was getekend door de gruwelen van de oorlog en was gedreven om het juk van de conventie af te gooien.

 

Parijs

Magritte was de enige schilder in het gezelschap. Hij was beïnvloed door het futurisme en het werk van Chirico. Zijn eerste tentoonstelling was een fiasco. Ontmoedigd trok hij met Georgette naar Parijs. Hij raakte er bevriend met de surrealisten Aragon, Breton en Eluard. Zijn werk verkocht niet.

 

Esseghemstraat

In 1930 keerde het koppel terug naar Brussel. Ze woonden er op verschillende adressen, maar in de Esseghemstraat in Jette zou Magritte uiteindelijk 24 jaar lang werken. In de tuin opende hij een reclame-atelier. Om te schilderen verkoos hij de eetkamer, die hem tot atelier diende.

 

Er zijn verschillende elementen van deze woning in zijn werk terug te vinden: de schoorsteen, de glazen deuren en het schuifraam. Dit huis, dat sinds 1999 toegankelijk is voor het publiek, was ook het hoofdkwartier van Magrittes Belgische surrealistische vrienden. Van hieruit ontstond een serie subversieve geschriften, tijdschriften en pamfletten. De groep kwam ook graag samen in het Goudblommeke van Papier, een café dat werd uitgebaat door een kunsthandelaar met wie Magritte bevriend was.

 

In 1954 verhuisden René en Georgette naar de Mimosastraat in Schaarbeek. Daar stierf in augustus 1967 de man met het kleinburgerlijke voorkomen, die bolhoed, pijp, bilboquet en bomen zonder bladeren met elkaar verbond.


Bezoek zeker het Magrittemuseum