U bevindt zich op de
Uw land
FacebookTwitterRss

De navigatielinks overslaan
Biersoorten
© BITC - Olivier van de Kerchove
Bier proeven
© WBT - Emmanuel Mathez
De Trappisten
© WBT - Emmanuel Mathez
Bier brouwen
© WBT - Emmanuel Mathez
Geschiedenis van bier
© OPT / J.L. Flémal

Biersoorten

 

Bier kan volgens de gistingsmethode worden ingedeeld in bieren van lage gisting, hoge gisting en spontane gisting.

 

Lage gisting

De lage gisting levert het biertype pils of blond bier. Dit type vertegenwoordigt negentig procent van de wereldproductie. Pils is een helder goudkleurig en licht bier. Het is fris en heeft een bittere en geraffineerde smaak van hop. Bier van lage gisting gist gedurende een langere periode op lage temperatuur, vandaar de term 'lage' gisting die dus niet verwijst naar het alcoholpercentage zoals vaak wordt gedacht.

 

Hoge gisting

De hoge gisting is een oudere en traditionele manier van bier brouwen. Deze wijze vormt de basis voor een groot aantal uiteenlopende bieren. In eerste instantie zijn er amberbieren of Speciale Belgische. Dat zijn bieren die oorspronkelijk dezelfde dichtheid en hetzelfde alcoholpercentage hebben als pils. Hun amberkleur krijgen ze door de gekleurde of gearomatiseerde mout. Tegenwoordig is het alcoholpercentage iets hoger.

 

Witbier

Het wit bier is niet gefilterd en troebel. Buiten gerstmout wordt er voor zijn productie niet gemoute tarwe en soms haver gebruikt. Bovendien worden er tijdens het koken koriander en sinaasappelschillen aan toegevoegd, om het zijn kenmerkende en verfrissende smaak te geven.

 

Trappist

Trappist is geen biertype, maar een beschermde naam. Slechts zeven brouwerijen ter wereld mogen de naam dragen. In het Franstalige deel van België zijn dat Chimay, Orval en Rochefort. De term trappistenbier verwijst naar de herkomst van het bier: de locatie waar de monniken het bier maken. Trappistenbier is een streng gecontroleerde benaming. Het bier moet binnen de muren van een cisterciënzerklooster worden bereid en onder de controle van een trappistengemeenschap worden gebrouwen. Het verdiende geld wordt deels aan goede doelen gegeven.
Meer over Belgische trappisten

 

Oorsprong Trappisten

De naam Trappistenbier vindt zijn oorsprong bij de Cistercienzers-Trappisten. In 1098 werd in Frankrijk een kloosterorde opgericht, die later de naam Cisterciënzer orde kreeg. Binnen deze orde kwam het in de zeventiende eeuw tot een splitsing. Een groep monniken vestigde zich in een klooster in het Normandische La Trappe; vandaar de naam Trappist. De monniken leefden reeds volgens de kloosterregels van St.Benedictus. Deze regels werden in 1677 te La Trappe hervormd en vormen nog steeds de basis voor de levenswijze van de huidige trappisten. Trappistenbieren zijn natuurlijk gerijpte bieren van hoge gisting. De bieren vertonen vele smaakvariëteiten. Meestal zijn het dubbels en tripels.

 

Abdijbier

Er zijn natuurlijk meer bieren die een link hebben met abdijen. Vaak mogen abdijbieren niet (meer) door de geestelijke brouwers bereid maar is het gedeponeerde handelsmerk verbonden aan een bestaande of verdwenen abdij. Er bestaan verschillende types abdijbier: blond bier, dat zacht en licht gemout is, een neutrale of lichtzoete smaak heeft en vaak een bittere afdronk. De donkere bieren, zo genoemd omdat de brouwer meer malt gebruikte. Vandaag hebben ze een zoete smaak, soms gesuikerd en een bittere afdronk. En tenslotte is er de tripel, waarvoor de brouwer meer mout gebruikt en die een drievoudige gisting ondergaat, waarvan de laatste in de fles plaatsheeft.

 

Dubbel

Dubbel was oorspronkelijk de aanduiding voor een wat sterker en zwaarder bier verkregen met een dubbeleof grotere hoeveelheid grondstoffen. De naam sluit aan bij een oude traditie die nog stamt uit de tijd dat de meeste cafébazen niet konden lezen of schrijven. Toen schreven de brouwers op een vat normaal bier een kruis, op een vat zwaarder bier twee kruizen (dubbel) en op het vat van het zwaarste bier drie kruizen (tripel). Quadrupel is dan een nog zwaarder bier van vier kruizen. Tegenwoordig verstaan we er hooggegiste bruine bieren onder, met een (licht) zoete smaak en een alcoholpercentage tussen de 6 en 7%. De smaak is altijd een combinatie van zoet en bitter nuances. De meeste trappistenbrouwerijen hebben een dubbel in het assortiment. In Nederland hebben de dubbels (en ook de tripels) over het algemeen een wat minder geprononceerde kruidensmaak als in België.

(bron: www.cambrinus.nl)

 

Tripel

Oorspronkelijk was tripel een sterkte-aanduiding. Nu gebruiken we de naam voor sterke hooggegiste bieren met een moutige, zoetig bittere smaak en een alcoholpercentage van rond de 8%. De tripels hebben een blonde kleur of zijn amberkleurig. De smaak van tripels loopt sterk uiteen: er zijn ook zurige of fruitige tripels. De meeste trappistenbrouwerijen hebben een tripel in het assortiment. De tripel is meestal aanmerkelijk lichter gekleurd dan de dubbel, lekker kruidig, en is soms iets zwaardergehopt. Meestal bevat tripel 1of 2% meer alcohol dan dubbel.

(bron: www.cambrinus.nl)

 

Overige bieren

Zwaar blond bier is vaak helder en wordt met een grote schuimkraag geserveerd. Het ondergaat een drievoudige gisting en wordt geproduceerd op basis van gearomatiseerde mout.

Seizoensbier komt u vaak tegen in het zuiden van België, en dan voornamelijk voor Henegouwen en Waals Brabant. Vaak is het fruitig mousserend. Het ondergaat soms een tweede gisting op fles.

Regionaal en speciaal bier geven een beeld van de creativiteit en het vakmanschap van onze brouwers. Deze bieren zijn er in uiteenlopende types en worden gekenmerkt door hun productiewijze en de gebruikte ingrediënten (spelt, honing, Luikse stroop, mosterd,...).

Scotch, van Angelsaksische oorsprong, is in de loop der jaren een specialiteit geworden van Waals-Brabant en Henegouwen. Het bier wordt gekenmerkt door het gebruik van donkere of zelfs gebrande mout. Zijn zoete smaak komt door de toevoeging van kandijsuiker.

 

Spontane gisting

Door spontane gisting, specifiek voor de regio Brussel, ontstaat lambik. Lambik is een niet mousserend bier, zonder schuimkraag. Dit bier is het resultaat van spontane gisting. De spontane gisting komt van de wilde gisten, die in de Zennevallei voorkomen. Door het opslaan in vaten van verschillende soorten hout ontstaat een waaier van smaken.

Gueuze wordt verkregen door de gisting die ontstaat door een combinatie van niet volledig uitgegiste oude lambik en jonge lambik. Deze gisting geeft een mousserend en zuur bier, ook wel bekend als bierchampagne.

Fruitbier bevat een mengsel van fruit (kersen voor de kriek) en lambik. De traditionele kriek bevat vijftig kilo kersen op ongeveer tweehonderdvijftig liter lambik. Dit mengsel rijpt zes maanden op vat en geeft een bier met een fruitige, maar niet zoete smaak. De industriële methode doet een beroep op vruchtenextracten. Het resultaat daarvan is een zoeter fruitbier. Faro is een lambik waaraan kandijsuiker (soms karamel of siroop) wordt toegevoegd, om het bier een zoetere smaak te geven.