U bevindt zich op de
Uw land
FacebookTwitterRss

De navigatielinks overslaan
Biersoorten
© BITC - Olivier van de Kerchove
Bier proeven
© WBT - Emmanuel Mathez
De Trappisten
© WBT - Emmanuel Mathez
Bier brouwen
© WBT - Emmanuel Mathez
Geschiedenis van bier
© OPT / J.L. Flémal

Bier proeven

 

Bierproeven

Voordat het bier wordt geproefd, zijn twee zaken belangrijk. Allereerst de temperatuur waarop het bier wordt geserveerd.
Een te lage temperatuur breekt de aroma's af; een speciaal bier mag niet te koud worden gedronken terwijl een pilsje of 'gewoon' biertje juist lekker fris wordt geschonken.

Ook het bierglas verdient aandacht. De vorm en de diepte van het glas is zeer belangrijk voor het aroma.

 

Zintuigen

Bij het proeven komen drie zintuigen aan bod. In de juiste volgorde zijn dat het gezichtsvermogen, de geur en de smaak. Ook het gehoor kan een rol spelen (het openen van de fles, bier dat wordt uitgeschonken, de schuimbelletjes die uiteenspatten en die u hoort als u het oor naar het glas brengt).

 

Als u bier bekijkt moet u op de volgende zaken letten: het schuim moet aan de wand van het glas kleven, de schuimbelletjes moeten klein en regelmatig zijn en tenslotte moet de kleur helder zijn, met uitzondering van soorten op gist, zoals wit bier bijvoorbeeld.

 

Geur

Op het gebied van geur heeft bier meer dan 650 aromatische samenstellingen. Eerst ruikt u zonder het glas te bewegen, om de dominante geur op te snuiven. Vervolgens kan het bier in het glas worden rondgedraaid, zodat de secondaire aroma's vrijkomen.

 

Smaak

Ten slotte wat de smaak betreft is de eerste stap een vergelijking maken tussen de smaak van het schuim en de vloeistof zelf. In de mond zijn de eerste basissmaken die worden ontdekt de suiker op het puntje van de tong, het zuur op de zijkanten ervan en zelfs achterin de mond via de tong kan men zich ook een idee vormen van de dichtheid en de textuur van het bier. De mondholte is eveneens belangrijk ; daarmee wordt de alcohol, de looiende werking en de mousserende werking waargenomen. Na het doorslikken blijven de basissmaken, die snel of minder snel verdwijnen, op de tong achter. En op dat moment kan de proever de bitterheid van het bier inschatten.